Naar een efficiëntere elektrische bus met hulp uit de luchtvaartindustrie

ebusco-3.0-on-test-track
Datum

Hoe ontwikkel je een zo licht mogelijke bus? Daar draaide het om bij de Ebusco 3.0, die later dit jaar in Duitsland voor het eerst in de dienstregeling wordt opgenomen. De elektrische bus is een derde lichter dan zijn voorganger, omdat de body is gemaakt van composieten. Dit materiaal wordt al langer gebruikt voor vliegtuigonderdelen en dus trok de Nederlandse busfabrikant samen op met experts uit de luchtvaartindustrie.

Dat is direct wat de Ebusco 3.0 zo uniek maakt, zegt Harm Keunen. Hij was jarenlang werkzaam bij Fokker Landing Gear en is nu chief technology officer bij Pondus, het bedrijf dat speciaal is opgericht voor de ontwikkeling van de composieten body van de nieuwe bus. “Door een bus te ontwikkelen met professionals uit een andere business – in dit geval de vliegtuigwereld – ga je heel anders naar bussen en het ontwikkelproces kijken. We zijn op zoek gegaan naar unieke kenmerken waarvan de markt misschien niet eens wist dat dit zou kunnen.”

 

33 procent lichter

Het gebruik van composietmateriaal – licht maar oersterk – heeft meerdere voordelen. Composiet maakt de bus 33 procent lichter ten opzichte van stalen bussen en is tegelijkertijd een stukje isolatie, legt Keunen uit. “Het materiaal zal ook lang niet zo snel verouderen, waardoor de bus zeker een jaar of twintig mee kan. Je zou de bus daarna zelfs kunnen refurbishen, net als in de vliegtuigwereld.” Schade kan simpel én goedkoop worden opgelost door een stukje composiet te slijpen en te vervangen, zoals dat wereldwijd al gebeurt bij veel composieten producten.

Volledig vlakke vloer

Een groot verschil is verder dat de batterijen in de vloer zijn geplaatst en niet op het dak.  “Daardoor rijdt de bus een stuk fijner, net als een kart. Hij ligt heel strak op de weg waardoor de chauffeur veel beter kan sturen.” Die vloer is bovendien volledig vlak dankzij een nieuw ontwikkeld tussenstuk voor de achteras. Daarmee werd in het ontwikkelproces zeker niet voor de makkelijkste weg gekozen, aldus Keunen, maar dat wierp zijn vruchten af.

Hoewel er minder batterijpacks in de Ebusco 3.0 zitten, ligt het verwachte bereik met 500 kilometer namelijk juist hoger. Dat komt, naast het lichte composiet, onder meer door met andere leveranciers te zoeken naar innovatieve oplossingen en onderlinge verbindingen. “Elk bedrijf schermt zijn kennis normaal gesproken af, waardoor je niet tot een efficiënt systeem komt. Door koppen bij elkaar te steken, is dat toch gelukt.”

Debuut in München

In oktober 2019 werd het prototype van de Ebusco 3.0 gepresenteerd en sindsdien bleef het relatief stil rondom het nieuwe voertuig. In Deurne zaten ze desondanks allesbehalve stil. “In 2019 hebben we laten zien dat we in staat zijn zo’n bus te maken. Het traject daarna omvatte het testen en assembleren van alle systemen en het testrijden. We zitten nu in het traject richting homologatie.”

Inmiddels staan er naast het prototype nog twee Ebusco’s 3.0 in de fabriekshal. “We zijn tegelijkertijd begonnen met het bouwen van deze bussen, met alle lessen die we uit de ‘testbus’ hebben geleerd. Dat zorgt ervoor dat we deze twee bussen snel kunnen homologeren en uitleveren.” In het derde kwartaal is het naar verwachting zover, als deze eerste twee voertuigen bij vervoerder Stadtwerke München worden opgenomen in de dienstregeling.

Productie in Deurne, Nederland

Het is niet de enige mijlpaal die er aan zit te komen. In het Brabantse Deurne wordt namelijk een fabriek opgestart, want de Ebusco 3.0 wordt volledig in Nederland geproduceerd.

De fabrikant is er later dit jaar dus klaar voor om grote aantallen te produceren, al is de coronacrisis in dit opzicht nog wel een spelbreker. De vraag naar elektrische bussen zal alleen maar groeien door de klimaatdoelen, maar de OV-sector is financieel zwaar getroffen.

Ebusco heeft er vertrouwen in dat een inhaalslag volgt als de ergste pijn voorbij is. De fabrikant gaat dan ook onverminderd door met de (fabrieks)plannen voor de Ebusco 3.0. De verwachte piek aan bestellingen noemt Keunen wel een grote uitdaging voor busfabrikanten. “Je moet eigenlijk nu investeren om te kunnen produceren als de vraag straks groter wordt. We moeten voorkomen dat we in Europa te laat zijn om te voldoen aan de enorme piek die gaat komen. Wij zijn er klaar voor, dus laat de orders maar komen.” 


Harm Keunen, CTO Pondus